Naar inhoud springen

overzien

Uit WikiWoordenboek
  • over·zien
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overzien
overzag
overzien
klasse 5

onregelmatig

volledig

overzien

  1. alles tegelijk kunnen zien
    ▸ Ik kon niet overzien welke delen van Lower Manhattan waren geëvacueerd, maar ik besefte dat hij erbij zou kunnen zijn en dat hij de stad misschien al verlaten had.[2]
    ▸ In principe bleek dit bij hem neer te komen op een absoluut neen tegen bepaalde technieken, waar- van de gevolgen voor mens, maatschappij en milieu natuurlijk nooit helemaal te overzien zijn.[3]
    • Hij overzag alle gevaren in één oogopslag. 
    ▸ `Vind je niet dat Venetië ook iets triests heeft? Als je Piazza San Marco zo overziet, zou je objectief gezien moeten vaststellen dat het er druk is. Toch maakt het plein een wezenloze en verlaten indruk, alsof het met zijn gedachten ergens anders is.[4]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overzien
zag over
overgezien
klasse 5

onregelmatig

volledig

overzien

  1. overgankelijk met het oog doorlopen
vervoeging van: overzien…
verbogen vorm: overziene

overzien

  1. voltooid deelwoord van overzien
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑
    Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  3. ↑
    Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  4. ↑ “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 27
  5. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be