Naar inhoud springen

augustus

Uit WikiWoordenboek
augustus
Très Riches Heures du duc de Berry
  • au·gus·tus
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘achtste maand’ voor het eerst aangetroffen in 1289 [1]
    eponiem: van Latijn mensis Augustus "de maand van Augustus", de maand is vernoemd naar de Romeinse keizer Augustus
enkelvoud meervoud
naamwoord augustus augustussen
verkleinwoord - -

de augustus m

  1. (tijdrekening) de achtste maand van het jaar
    • Het is vandaag 16 augustus. 
    • In Nederland is augustus vaak een warme maar natte maand. 
    ▸ Ik heb je in augustus al gewaarschuwd dat ik niet kon ' 'En ik heb jou gewaarschuwd dat er iets vreselijks ging gebeuren als je Jack niet de bons gaf.[2]
    ▸ Het is augustus. Irad is met zijn vriendin Zaynab in Marseille. Hind is op rondreis, God weet waarheen. En hier zit ik, in de hitte. En zo meteen, als het langzaam koeler begint te worden en de avond valt, dan loop ik naar buiten, ik ga op het plein in de rue Jean-Pierre Timbaud op een bankje naast de vrolijk uitpuilende glascontainer naar mensen zitten kijken.[3]


Maanden in het Nederlands
januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december