zelfverwijzing
Uiterlijk
- Geluid:  zelfverwijzing    (hulp, bestand)
- IPA: /âŻËzÉlá”fÉrËwÉizÉȘĆâŻ/ (4 of 5 lettergrepen)
- zelf·ver·wij·zing
- samenstelling van  zelf zn en  verwijzing zn [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfverwijzing | zelfverwijzingen |
| verkleinwoord |
deâzelfverwijzingâv
- het zich beroepen op zichzelf
- âžÂ De auteur schreef als coauteur over logische zelfbetrokkenheid (âzelfverwijzingâ) in het kwartaalblad Kunst en Wetenschappen en doet wetenschaphistorisch onderzoek.[2]
- zelfveroordeling
  1. het zich beroepen op op zichzelf Â
- Het woord zelfverwijzing staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- â Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- â
Weblink bron âHoger beroep SGP-zaak is showprocesâ (06-03-2006), Reformatorisch Dagblad