zelfspot
Uiterlijk
- zelf·spot
- samenstelling van  zelf en  spot znÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfspot | |
| verkleinwoord |
deâzelfspotâm
- jezelf belachelijk maken met humoristische intentie
- âžÂ Want het is zeer goed mogelijk even fijn uit te spinnen en toch wijs te blijven, wanneer men slechts een tintje van zelf-ironie, een tintje van zelfspot, een greintje gelach over de eigen doordraverij in zijn werk brengt.[1]
- âžÂ Zelfspot (zelfhumor) is zeer gezond. Zichzelf wat kunnen relativeren is een gezonde reflex in een maatschappij die kreunt onder prestatiedruk. Dat de anderen mijn zelfspot beamen, moet ik er maar bij nemen.[2]
- âžÂ De beroemdste sprekers hebben in elk geval dit met elkaar gemeen: ze hebben een goed ontwikkeld gevoel voor humor en zijn niet bang voor een beetje zelfspot. Door zelfspot wordt de afstand tussen publiek en spreker verkleind.[3]
- Het woord zelfspot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zelfspot" herkend door:
| 99Â % | van de Nederlanders; |
| 97Â % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- â
Weblink bron Charles Marius van DeventerâHollandsche bellettrie van den dag, Volume 2â (1904), H.D. Tjeenk Willink, p. 55 - â
Weblink bron Albert JanssensâSamen denken in beroepâ (2003), ACCO, ISBN 9789033451492, p. 169 - â
Weblink bron Malcolm KushnerâSpreken in het openbaar voor Dummiesâ (2004), Pearson Education, ISBN 9789043010061, p. 111 - â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 of 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %