Naar inhoud springen

vermaak

Uit WikiWoordenboek
  • ver·maak
enkelvoud meervoud
naamwoord vermaak vermaken
verkleinwoord - -

het vermaak o

  1. amusement, vermakelijke handeling
    ▸ Misschien zou ik me op een gegeven moment vervelen met alleen mijn eigen gedachten als vermaak.[2]
    ▸ Hij verbeterde zijn vaardigheden met een serie pr-manoeuvres waarin hij producten en vermaak koppelde aan sterk persoonlijke zaken, totdat zich een veel belangrijkere kans aandiende.[3]
    ▸ Het idee van een nationaal toilet zorgt voor nogal wat vermaak onder de bemanning.[4]
  • Het hebben van de zaak, is het einde van 't vermaak
Als je iets hebt, is het verlangen ernaar weg.
vervoeging van
vermaken

vermaak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermaken
    • Ik vermaak. 
  2. gebiedende wijs van vermaken
    • Vermaak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermaken
    • Vermaak je? 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. ↑
    Luke Burgis
    “Waarom we willen wat we willen” (2021), Xander, ISBN 9789401619004
  4. ↑
    Samantha Harvey
    “In Orbit” (2024), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789403135625
  5. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be