tassen
Uiterlijk
- tas·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tassen |
taste |
getast |
| zwak -t | volledig | |
tassen [2]
deâtassenâmv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tas
- âžÂ Ze haalt haar tassen en haar balkonbakken uit de auto en sleept ze naar het jongerencentrum.[3]
- âžÂ Net als zij nu was haar moeder toen, waar ze ook gingen, met tassen aan het schuiven, in de keukenkastjes waar het laminaat van afbladderde, in de bergruimte onder de tafelzitjes, in de piepkleine garderobekast in de slaapkamer, in de bovenkastjes met klikkende magnetische sluitingen (de hele dag hoorde je het klik-klik- klik), en haar moeder in stille bedrijvigheid alsof ze aan het verhuizen waren in plaats van op vakantie.[4]
- Het woord tassen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tassen" herkend door:
| 100Â % | van de Nederlanders; |
| 100Â % | van de Vlamingen.[5] |
- â tassen op website: Etymologiebank.nl
- â Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- â Frederik BackmanâBritt-Marie was hierâ (2015), Q, ISBN 9789021400679
- â Samantha HarveyâIn Orbitâ (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625 - â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %