Naar inhoud springen

stilte

Uit WikiWoordenboek
  • stil·te
  • In de betekenis van ‘het stil-zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1573 [1]
  • Afgeleid van stil met het achtervoegsel -te. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord stilte stilten
stiltes
verkleinwoord stiltetje stiltetjes

de stilte v

  1. het ontbreken van geluid
    • In de kerk is absolute stilte vereist om te bidden. 
    • Toen het Moeraspaard uitgesproken was viel er even een diepe stilte, slechts onderbroken door het klotsen van het water tegen de oever. [3] 
    ▸ Ze laat exact de juiste stiltes vallen, ze legt nadruk op alles wat ertoe doet, ze praat.[4]
    ▸ Ik geloof dat ik het fijner vind als Joy geluid maakt; die stilte geeft me de kriebels.[4]
    ▸ Na een lange stilte vroeg de masseur: ‘Waarom loop je eigenlijk?’[5]