Naar inhoud springen

spitsbroeder

Uit WikiWoordenboek
  • spits·broe·der
enkelvoud meervoud
naamwoord spitsbroeder spitsbroeders
verkleinwoord - -

de spitsbroeder m

  1. (persoon) iemand die je goed kent, vertrouwt en waarmee je graag dingen samen doet
    ▸ GAL mocht dan de status van journalist verworven hebben, hij behoorde ook tot een kwartet tekenaars, de spitsbroeders Picha, Joke, HugOKÉ en GAL. De een verhuisde naar Frankrijk en het rijk van de tekenfilms, de ander ging dood en de derde laat nog weinig van zich horen.[3]
        6
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [4]
        7
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑ spitsbroeder op website: Etymologiebank.nl
  3. ↑ De overspannen jaren in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, spitsbroeder
  4. 1 2
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, spitsbroeder