ruil
Uiterlijk
- Geluid: ruil (hulp, bestand)
- IPA: / rœyl / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /rœʏl/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /rœːl/
- ruil
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ruil | ruilen |
| verkleinwoord | ruiltje | ruiltjes |
de ruil m
- een uitwisseling van goederen
- Hij bood het te ruil aan.
- een uitwisseling van diensten
- ▸ Ze somde het ene voorbeeld na het andere op; verhalen over cliëntelisme, corruptie, vriendendiensten in ruil voor baantjes, buitenlandse inmengmg, journalisten die veel te nauw contact hadden met politici en verdachte misdaden.[2]
- een uitwisseling van mensen
- ▸ Dus toen de rebellen zeiden: 'We zijn bereid een paar van jullie soldaten vrij te laten in ruil voor deze correspondent,' vroegen onze mensen hem: 'Wil je geruild worden?' Hij zei: 'Dat wil ik wel.[3]
| vervoeging van |
|---|
| ruilen |
ruil
- Het woord ruil staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ruil" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ ruil op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑ “De man zonder gezicht” (2022), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026325854 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %