Naar inhoud springen

raapte

Uit WikiWoordenboek
  • raap·te
vervoeging van
rapen

raapte

  1. enkelvoud verleden tijd van rapen
    • Ik raapte. 
    • Jij raapte. 
    • Hij, zij, het raapte. 
    ▸ Ik raapte het op en las het, gehurkt in het halfdonker, nog steeds gadegeslagen door Quicks kat.[1]
    ▸ Daarna raapte hij zijn spullen bij elkaar en vertrok.[2]
    ▸ De Duitser raapte ze op en wierp ze hem over het hoofd.[3]
  1. ↑
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. ↑
    Frederik Backman
    “Een man die Ove heet” (2012), Q, ISBN 9789021409221
  3. ↑ “De tranen der acacia's” op Wikipedia (1949), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028242364