Naar inhoud springen

laatst

Uit WikiWoordenboek
  • laatst

laatst

  1. korte tijd geleden
    • Laatst zag ik hem tot mijn verrassing in de kroeg. 

laatst

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van laat
    • "Dat is de laatste keer dat ik je dat zie doen!" bulderde hij dreigend. 
    ▸ Ze kon zich niet herinneren wanneer ze voor het laatst in gezelschap had gehuild.[1]
    ▸ Het was dus maar zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hijzelf aanwezig had kunnen zijn bij de laatste fase van het storten, toen het ongeluk plaatsvond.[2]
  • de laatste loodjes wegen het zwaarst.
    aan het eind van de klus wordt het werken het meest moeilijk; de dingen op het einde van een karwei zijn het vermoeiendst
  • het laatste hemd heeft geen zakken.
    je kunt niets meenemen als je dood gaat („laatste hemd” is: doodshemd)
  • wie het laatst lacht, lacht het best
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. ↑
    Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be