Naar inhoud springen

beeldscherm

Uit WikiWoordenboek
beeldscherm is nummer 1 op dit plaatje
  • beeld·scherm
enkelvoud meervoud
naamwoord beeldscherm beeldschermen
verkleinwoord beeldschermpje beeldschermpjes

het beeldscherm o

  1. een scherm waarop een beeld geprojecteerd wordt
    • Het beeldscherm waar u nu naar kijkt wordt aangestuurd door uw computer of andere informatiedrager. 
    ▸ Haar spieren deden bij elke beweging pijn en haar hoofd kon er elk moment afvallen of exploderen. Het gevolg van een nacht naar het beeldscherm turen.[3]
    ▸ De advertentie op zijn beeldscherm gaat eerst aan hem voorbij.[4]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]