Naar inhoud springen

Europees

Uit WikiWoordenboek
  • Eu·ro·pees
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen EuropeesEuropeserEuropeest
verbogen EuropeseEuropesereEuropeeste
partitief EuropeesEuropesers-

Europees [1]

  1. (demoniem) afkomstig van of betreffend het continent Europa of de EU
    • Dit beleid is in strijd met Europese regels. 
    ▸ Ik was aangesteld als een agent van de staat, als een kaderlid, net zoals een Europees kader.[2]
    ▸ Ik heb Aubrey gebeld en kamer 1909 gereserveerd met zijn grote, Europees aandoende woonkamer met uitzicht over het park en 5th Avenue.[3]
    ▸ Als jonge diplomaat had hij na de Eerste Wereldoorlog nog met Lenin onderhandeld over een Europees vredesverdrag, jarenlang leefde hij daarna in Istanbul als schrijver en correspondent, hij was bevriend geraakt met Sigmund Freud en begin jaren dertig was hij als buitenlandadviseur in de kringen van gouverneur Roosevelt terechtgekomen.[4]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑ “Congo, een geschiedenis” (2019), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789023456391
  3. ↑
    Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  4. ↑ “De Wisselwachter” (2025), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045051734