Operatie Salomo




Operatie Salomo (Hebreeuws: Mivtza Shlomo) was een grootschalige Israëlische luchtbrug die plaatsvond op 24 en 25 mei 1991. Tijdens deze operatie werden in slechts 36 uur meer dan 14.300 Ethiopische Joden (de gemeenschap van de Beta Israël) vanuit de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba naar Israël geëvacueerd. De actie geldt als een van de grootste humanitaire luchtbruggen uit de moderne geschiedenis.
De operatie vond plaats tegen de achtergrond van de instortende Ethiopische staat tijdens de Ethiopische Burgeroorlog. Terwijl rebellen oprukten naar Addis Abeba, vreesden Israël, Joodse organisaties en internationale diplomaten voor de veiligheid van de Ethiopisch-Joodse gemeenschap. In reactie daarop organiseerde Israël een geheime evacuatie waarbij tientallen militaire en civiele vliegtuigen werden ingezet.
Achtergrond
[bewerken | brontekst bewerken]De Beta Israël (Huis van Israël), ook wel Falasha genoemd (een term die tegenwoordig als denigrerend wordt beschouwd), vormen een oude Joodse gemeenschap in Ethiopië die eeuwenlang in relatieve isolatie leefde, voornamelijk in de bergen van Gondar en Tigray. Hun oorsprong is onderwerp van discussie: volgens hun eigen traditie stammen ze af van de stam van Dan of van de ontmoeting tussen koning Salomo en de koningin van Scheba. Ze beoefenden een vorm van het jodendom gebaseerd op de Thora (Tenach), zonder latere rabbijnse tradities zoals de Talmoed, en hielden zich strikt aan bijbelse voorschriften, inclusief offers en reinheidsregels.
In de 20e eeuw erkende het Israëlische rabbinaat in 1973 (onder opperrabbijn Ovadia Yosef) de Beta Israël als Joden, wat de weg opende voor immigratie onder de Wet van Terugkeer. In de jaren 1970 en begin 1980 begonnen kleine groepen al naar Israël te komen, maar de situatie verslechterde dramatisch door de Ethiopische burgeroorlog (onder het Derg-regime van Mengistu Haile Mariam), politieke vervolging en de hongersnood van 1983-1985.
In de periode 1980-1984 ontvluchtten tienduizenden Beta Israel (Ethiopische Joden) de burgeroorlog en de toenemende vervolging in Ethiopië. Ze legden een levensgevaarlijke voettocht af door woestijn en bergen naar Soedan, waar ze in overvolle vluchtelingenkampen terechtkwamen, vooral rond Gedaref en Kassala nabij de Ethiopische grens. Soedan beschouwde als Arabische en islamitische staat Israël als vijand, en deze kampen werden voor de Joden een plaats van nieuwe ontberingen.
Naast de algemene ellende van hongersnood, malaria, dysenterie en extreme armoede werden de Beta Israel specifiek getroffen door antisemitisme en gerichte discriminatie. In de islamitisch-Arabische context van de kampen werden ze vaak gezien als vreemdelingen en “Falasha”, een denigrerende term die hen brandmerkte als buitenstaanders. Veel vluchtelingen en lokale bewoners beschouwden hen bovendien als mogelijke zionistische spionnen of bondgenoten van Israël, wat leidde tot diep wantrouwen en vijandigheid.
Getuigenissen en rapporten uit die periode spreken van systematische pesterijen, diefstal, geweld, verkrachtingen en gerichte roofovervallen tegen Joodse families. Hun schamele bezittingen werden regelmatig gestolen, terwijl ze in constante angst leefden en hun Joodse identiteit zoveel mogelijk probeerden te verbergen om te overleven.
Deze mensonterende omstandigheden in de kampen leidden tot alarmerende berichten bij de Mossad en Joodse hulporganisaties. Tussen 1980 en 1984 stierven naar schatting duizenden Beta Israel, niet alleen tijdens de gevaarlijke tocht uit Ethiopië, maar ook in de Soedanese kampen door honger, ziekte en geweld. Eind 1984 zaten er nog duizenden in de kampen, vaak gescheiden van hun families, in een wanhopige situatie.
Deze jaren vormden de directe aanloop naar Operatie Brothers en de grootschalige luchtbrug van Operatie Mozes in november 1984-januari 1985. Soedan, hoewel officieel vijandig tegenover Israël, stemde stilzwijgend toe onder druk van de VS.
De operatie
[bewerken | brontekst bewerken]Begin 1991 stond het marxistische regime van president Mengistu Haile Mariam op instorten. Rebellenbewegingen boekten grote militaire successen en naderden de hoofdstad. De mogelijkheid bestond dat de politieke chaos zou uitmonden in geweld tegen minderheden, waaronder de Beta Israël. Israëlische beleidsmakers zagen een kort tijdsvenster ontstaan waarin een massale evacuatie mogelijk was. Tegelijkertijd voerden Amerikaanse diplomaten en Joodse organisaties intensieve onderhandelingen met de Ethiopische autoriteiten om toestemming voor een luchtbrug te verkrijgen.
De voorbereiding van Operatie Salomo begon reeds in 1990. Israëlische overheidsinstanties, de Israëlische strijdkrachten, de Joodse Agentschap-organisatie en verschillende Amerikaanse Joodse organisaties werkten samen aan een evacuatieplan. De Verenigde Staten speelden eveneens een belangrijke diplomatieke rol. Onder meer de Amerikaanse diplomaat Herman Cohen bemiddelde tussen de Ethiopische regering en de rebellen.
Uiteindelijk verleende de overgangsregering toestemming voor de massale uittocht van de Joodse gemeenschap. Op 24 mei 1991 begon de operatie onder strikte geheimhouding. De luchtbrug werd uitgevoerd door een combinatie van vliegtuigen van de Israëlische luchtmacht en de nationale luchtvaartmaatschappij El Al. In totaal werden ongeveer 34 à 35 vliegtuigen ingezet. De operatie verliep uitzonderlijk snel. Oorspronkelijk werd gedacht dat de evacuatie meerdere dagen zou duren, maar vanwege de snelle opmars van rebellen werd de volledige actie in ongeveer 36 uur voltooid.
Veel Ethiopische Joden hadden reeds maanden of zelfs jaren eerder hun dorpen verlaten om zich in de hoofdstad te verzamelen. Sommigen legden honderden kilometers af te voet, te paard of per vrachtwagen. De reis was gevaarlijk; onderweg werden mensen beroofd of kwamen om het leven.
Om zoveel mogelijk mensen te vervoeren werden de stoelen uit verschillende vliegtuigen verwijderd. Omdat de meeste vluchtelingen weinig bezittingen meenamen en gemiddeld relatief licht waren, konden de toestellen veel meer passagiers vervoeren dan normaal toegestaan.
In totaal werden 14.325 Ethiopische Joden naar Israël overgebracht. Acht kinderen werden tijdens de operatie geboren.
Wereldrecord
[bewerken | brontekst bewerken]Een van de bekendste aspecten van Operatie Salomo was het wereldrecord voor het grootste aantal passagiers ooit vervoerd in één vliegtuig.
Een aangepaste Boeing 747 van El Al vervoerde meer dan duizend mensen tijdens één enkele vlucht. De meest aangehaalde telling van Guinness World Records noemt 1.088 passagiers, waaronder twee baby's die tijdens de vlucht werden geboren.[1]
Dit record geldt nog steeds als een van de opmerkelijkste prestaties in de geschiedenis van de burgerluchtvaart.
Integratie
[bewerken | brontekst bewerken]De integratie in Israël was niet zonder uitdagingen: culturele verschillen, religieuze erkenning, discriminatie en sociaaleconomische problemen. Desondanks vormt de Ethiopisch-Israëlische gemeenschap (rond de 160.000 personen in 2026) een groeiend onderdeel van de Israëlische samenleving, met eigen tradities, muziek en bijdragen aan het leger en de cultuur.
- ↑ (en) Most passengers on an aircraft. guinnessworldrecords.com. Geraadpleegd op 24 juni 2026.