Naar inhoud springen

Bloemencorso

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Bloemencorso in het Westland
Bloemencorso in Winterswijk

Een bloemencorso (in België ook: bloemenstoet) is een optocht van praalwagens die versierd of bedekt zijn met bloemen. Elk bloemencorso heeft zijn eigen karakter, charme en onderwerp.

Hoewel er over de hele wereld corso's worden gehouden is het vooral in Nederland een veel voorkomend evenement. In Nederland zijn zo'n dertig corso's, in Vlaanderen vijf. Ook Frankrijk (bijvoorbeeld Nice) en Duitsland kennen corso's. Een bekend corso is de Rose Parade in Pasadena (Californië) in de Verenigde Staten, dat steeds op 1 januari plaatsvindt.

Het grootste Nederlandse corso, en zelfs het grootste ter wereld,[1][2] is dat van Zundert, dat plaatsvindt in september. Het Zundertse corso kwam in 2012 als eerste Nederlandse traditie op de Landelijke Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed.[3] Daarnaast behoren de corso's van Vollenhove, Sint-Jansklooster, Lichtenvoorde, Valkenswaard en Bollenstreek tot de grotere van Nederland. Met uitzondering van Bloemencorso Bollenstreek zijn dit allemaal dahliacorso's die plaatsvinden in de periode augustus/september, omdat de dahlia dan zijn beste periode doormaakt.

Het corso van Aalsmeer, dat grote bekendheid genoot omdat het jaarlijks op tv werd uitgezonden, stopte in 2007. Een doorstart in 2011[4] leidde niet tot een definitieve terugkeer.

Een belangrijke tweedeling is die in dahliacorso's en niet-dahliacorso's. De dahliacorso's vinden alle buiten Holland plaats en richten zich sterk op beeldende vormgeving en geleidelijk meer op theater (aankleding van het onderwerp met gebruik van figuratie, toneel, licht, geluid en beweging). De andere groep van corso's stelt eerder het bloemschikken centraal. Dit geldt vooral voor enkele corso's in Holland. Het bekendste corso is het corso van de Bollenstreek dat in april plaatsvindt en een duidelijke band heeft met de Keukenhof. Deze corso's zijn veel sterker gekoppeld aan de bedrijfsmatige bloemen- en bollenteelt. De dahliacorso's buiten Holland zijn juist culturele festiviteiten zonder commerciële inslag, meestal gekoppeld aan de jaarlijkse kermis of feestweek. Het enige corso in Nederland dat een ware mix is tussen de corso’s die zich richten op bloemschikken en de dahliacorso’s die uitgaan van beeldende vormgeving, is het bloemencorso van Eelde in Drenthe. Daar zijn echte bloemschikkers en arrangeurs aan het werk terwijl ze tevens beeldende vormgeving uitwerken in dahlia’s.

Naast bloemencorso's zijn er fruitcorso's (tot 2025 in Tiel, en eerder ook in Goes). In Lievelde was tot 2016 een wolcorso en in Appingedam is een papiercorso.[5]

Gemeenschapszin en competitie

[bewerken | brontekst bewerken]

Bloemencorso is vooral een sociaal fenomeen. Dat geldt vooral voor de corso’s zonder band met de bollenteelt, hoewel ook daar het sociale aspect en de inzet van vrijwilligers een belangrijke rol spelen.

De groepen of buurtschappen die een corsowagen bouwen, vormen een bijzonder hechte club met een heel scala aan activiteiten. De hoofdactiviteit is het samen bouwen van de corsowagen, en, als deze er is, ook het onderhoud van het bloemenveld. Deze activiteiten en alle organisatie daaromheen zijn een gigantische klus die elk jaar opnieuw vele honderden uren werk kost. Meestal worden wagens gebouwd door enkel vrijwilligers.

Het plezier van samen een grote klus klaren en aan het eind van de rit iets moois op de weg zetten, is de voornaamste drijfveer. Naast de bouw van de wagen is er volop aandacht voor allerhande randactiviteiten. Daarnaast organiseren veel groepen of buurtschappen activiteiten om de kas te spekken, zoals een darttoernooi of een liedjesavond.

Deze sociale binding is mogelijk de verklaring van het feit dat corso’s alleen in dorpen te vinden zijn. Het vereist een hechte sociale structuur die niet al te divers mag zijn. Vooral bij de grotere corso’s is het bouwen van de wagen een groot project. Aan het einde van de bouwperiode is elke vorm van vrijblijvendheid bovendien verdwenen: hoe gezellig en losjes het bouwen ook gaat, op het moment dat de stoet vertrekt, móet de wagen klaar zijn. Dat vergt een grote opofferingsgezindheid van de groep.

Daarom geldt voor alle corso’s dat het element van competitie essentieel is. Corso is een wedstrijd. Een onafhankelijke jury bepaalt tijdens de stoet welke groep de mooiste wagen heeft. Deze competitie vormt vaak een extra motivatie.

Ontstaan en geschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]

Het is niet duidelijk waar het idee van een bloemencorso precies vandaan komt en ook niet waarom bloemencorso’s juist in Nederland zo populair zijn geworden. De vroegste bloemencorso's werden mogelijk al in de Middeleeuwen gehouden als onderdeel van het carnaval. In de 19e eeuw werden deze corso's voornamelijk nog in Italië en Oostenrijk-Hongarije gehouden. Aan het eind van de 19e eeuw raakten ze ook op andere plaatsen in zwang, zoals de Bataille de fleurs in Nice (Frankrijk) dat op haar beurt weer in Wenen werd nagedaan in 1886.[6] In 1887 werd door Amsterdamse studenten de oude traditie weer opnieuw leven ingeblazen. In het Amsterdamse Vondelpark werd dat jaar naar voorbeeld van de Bataille de fleurs een bloemencorso gehouden.[7] In 1897 bracht Winterswijk een wieleroptocht met een bloemencorso, waarvan iemand uit Haarlem, die in Winterswijk logeerde, getuigde dat hij deze optocht erg mooi gevonden had en dat die hem zeker zo goed had gedaan als een corso in de bloemenstad Haarlem, dat enige weken tevoren was gehouden.[8] Met name in 1898 is er een toename aan corso's in Nederland, vanwege de inhuldiging van koningin Wilhelmina op 6 september van dat jaar. Daaronder zijn ook de huidige corso's van Vollenhove, St-Jansklooster en Lichtenvoorde.[9]

Voor de corso’s in de Bollenstreek ligt het ontstaan voor de hand: zij komen voort uit de commerciële kweek van bloembollen en ontstonden als een vorm van promotie voor het product. Hoewel ook bij deze corso’s de inzet van vrijwilligers een belangrijke rol speelt, is de afhankelijkheid van de commercie duidelijk aanwezig.

De dahliacorso’s buiten de Bollenstreek zijn in het geheel niet verbonden met de commerciële teelt van dahlia’s of dahliaknollen. Hun ontstaan valt dus ook niet zonder meer te verklaren uit het gegeven dat er in Nederland veel bloemen geteeld worden. Bij het ontstaan van deze corso’s was er dan ook geen sprake van een band met de bollentelers, hoewel deze band later wel ontstond en tot op de dag van vandaag bestaat. Ze is echter niet bepalend voor het voortbestaan van de dahliacorso’s en de bollentelers hebben er ook weinig commercieel belang bij.

Er zijn twee factoren te noemen die in het ontstaan van de dahliacorso’s een rol hebben gespeeld en meer licht werpen op de geschiedenis ervan: de viering van Koninginnedag en het houden van allegorische optochten.

Allegorische optochten

[bewerken | brontekst bewerken]

Bloemencorso’s hebben in veel gevallen een zogenoemde 'allegorische optocht' als voorganger. Vaak was dat een onderdeel van een feestweek of oogstfeest. Fietsen en boerenkarren werden opgetuigd, men beeldde daarmee een allegorische voorstelling uit, een herkenbaar beeld of verhaal met een diepere lading. Overigens worden ook allegorische optochten gehouden die de overgang naar corso nooit gemaakt hebben. De overgang van allegorische optocht naar bloemencorso vond vaak geleidelijk plaats. In veel plaatsen gaan de bloemencorso's samen met straattheater dat weer allegorische trekken kan hebben.

Ook het corso van Beltrum in de Achterhoek is voortgekomen uit eerdere activiteiten. Al in 1923 werd in Beltrum ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina een allegorische optocht gehouden. Na de Tweede Wereldoorlog vierde men elk lustrum van de bevrijding met een optocht die na een kwart eeuw evolueerde tot bloemencorso. Het eerste Beltrumse corso reed in 1960.[10] In het dahliacorso van Sint Jansklooster rijdt ieder jaar één allegorische wagen mee, een overblijfsel uit de tijd dat het corso nog een allegorische stoet was.

Koninginnedagviering

[bewerken | brontekst bewerken]

Veel Nederlandse corso’s zijn ontstaan als viering van Koninginnedag. Tot en met 1948 vond Koninginnedag plaats op 31 augustus, de verjaardag van de toenmalige koningin Wilhelmina. Dat geldt bijvoorbeeld voor het corso van Zundert dat ontstond in 1936. Bij de eerste viering in 1936 was het corso slechts een onderdeel van de diverse festiviteiten, en het organiserend comité heette officieel het Oranjecomité. De viering van Koninginnedag raakte echter al snel op de achtergrond en de overige festiviteiten zijn nooit echt van de grond gekomen. Toch werd het corso tot in de jaren tachtig georganiseerd door het Oranjecomité. Pas eind jaren tachtig werd de naam veranderd in Stichting Bloemencorso Zundert, waarmee de link met Koninginnedag definitief werd verbroken, een link die eigenlijk al lang niet meer bestond.

Het corso van Lichtenvoorde is ontstaan uit de kermis die altijd eind augustus werd gehouden. Bij de inhuldiging van Wilhelmina op 6 september 1898 vond er al een bloemencorso plaats, maar het duurde tot 1926 voordat Lichtenvoorde een jaarlijks terugkerend bloemencorso hield.

Het corso van Vollenhove begon in 1905 met een optocht van versierde boerenwagens. Een aantal inwoners nam het initiatief tot het oprichten van de VVVV. Zij wilden de bevolking een alternatief bieden voor de jaarlijkse kermis die veelal uitmondde in overmatig drankgebruik en de daarmee gepaard gaande ongeregeldheden. De feestelijkheden, die op de toenmalige Koninginnedag werden gehouden, omvatten volksspelen en groots opgezette drama’s waar vrijwel de hele bevolking aan kon deelnemen. In de jaren vijftig ontstond het huidige corso, met aanvankelijk veel allegorische voorstellingen op boerenwagens.

In Sint Jansklooster (gelegen naast Vollenhove) werd Koninginnedag gevierd met een optocht van versierde wagens. In 1968 waaide vanuit Lichtenvoorde het idee over om dahlia’s te gebruiken en er een bloemencorso van te maken.

Het corso van Valkenswaard is een uitzondering: dat werd voor het eerst gehouden in 1953 ter viering van de bevrijding van Valkenswaard in september 1944.

De meeste Nederlandse bloemencorso’s ontstonden in het begin van of halverwege de 20e eeuw, en vele zijn waarschijnlijk ontstaan doordat het verschijnsel corso in die tijd in de mode was. Zo is het corso van Loenhout, gelegen naast Zundert aan de Belgische kant van de grens, begonnen in 1952 bij gelegenheid van de feestelijke opening van de vernieuwde weg van Brecht naar Loenhout. Met Koninginnedag had dat uiteraard niets te maken, doch hoogstwaarschijnlijk alles met het succes van het corso in buurdorp Zundert, dat in de jaren vijftig voor die tijd een mega-evenement was dat jaarlijks honderdduizenden bezoekers uit Nederland, België en Frankrijk trok.

Ontwikkeling en populariteit van de corso’s

[bewerken | brontekst bewerken]

Aan het einde van de negentiende eeuw Begonnen badplaatsen aan de Middellandse Zee en Noordzee met het organiseren van bloemencorso’s. De welgestelde toeristen waren dol op het bloemencorso in Nice en andere badplaatsen wilden hun gasten op hun wenken bedienen. Voorbeelden hiervan zijn het bloemencorso van Blankenberge en Murcia. Ook de bloemencorso’s ter ere van de kroning van koningin Wilhelmina in 1898 en koning Edward VII in 1902 droegen bij aan de populariteit van dit fenomeen.

Grote drukte tijdens het bloemencorso Zundert in 1956

Bloemencorso’s werden door de opkomst van vrije tijd voor de middenklasse en arbeiders in de jaren vijftig populairder. Naar het voorbeeld van de oudere corso’s ontstonden er in de jaren vijftig nieuwe corso’s in Nederland en België, zoals Valkenswaard, Vollenhove en Loenhout. Het corso van Zundert boekte in de eerste helft van de jaren vijftig recordaantallen van meer dan honderdduizend bezoekers, en het werd in 1957 en 1960 uitgezonden op de landelijke tv.[11]

De corso’s in de Bollenstreek, en vooral het corso van Aalsmeer, genoten een grote populariteit. Deze corso’s vormden een natuurlijke koppeling met de bollenteelt die toch al grote bekendheid genoot, en zij wisten de steun en publiciteit van de commerciële bedrijfstak achter zich. Het corso van Aalsmeer werd jarenlang op tv uitgezonden. In de jaren zeventig kreeg het daardoor grote bekendheid.

De opkomst van social media leidde ertoe dat foto's en filmpjes van corsowagens van Lichtenvoorde en Zundert wereldwijd viraal gingen. Dit heeft gezorgd voor een grotere internationale bekendheid van de Nederlandse bloemencorso's.

Immaterieel erfgoed

[bewerken | brontekst bewerken]

Bloemencorso's in Nederland komen voort uit het rondrijden met versierde boerenwagens en fietsen, al dan niet als allegorische optocht. Die traditie gaat verder terug dan het ontstaan van de corso's. De corso's kunnen standhouden doordat ze worden overgedragen van generatie op generatie.

In die zin is het gerechtvaardigd om bloemencorso’s te beschouwen als een deel van de Nederlandse traditie en identiteit, als immaterieel erfgoed zoals UNESCO het definieert. Daaruit is ook de huidige toename van de belangstelling voor bloemencorso’s te verklaren: zij liften mee op de hernieuwde interesse voor eigen cultuur en identiteit in een tijd van internationalisering en globalisering. Deze traditie is breder dan alleen bloemencorso’s, het is meer stoetenbouw in het algemeen. Denk maar aan de zeer vele carnavalsoptochten, de allegorische optochten en bijvoorbeeld een evenement als de cultuurhistorische optocht van de Brabantsedag in Heeze.

Nederland ratificeerde het Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed in 2012. Ondertekening van dit UNESCO-verdrag hield in dat Nederland een inventaris aan moet leggen van zijn immaterieel erfgoed. Het corso van Zundert was de eerste Nederlandse traditie op de nationale inventaris.[3] Al snel volgden andere corso's en ontstond er een samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse corso's om de traditie van bloemen- en fruitcorso's ook internationaal naar voren te schuiven als geschikte kandidaat voor de Lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid van UNESCO.

Op de Nederlandse nationale inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed staan de bloemencorso's van Beltrum, Drogeham, Giethoorn, Eelde, Vollenhove, Sint Jansklooster, Lichtenvoorde, Valkenswaard, Winkel, Winterswijk,