zelfbeperking
Uiterlijk
- Geluid: zelfbeperking (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzɛlᵊvbəˌpɛrkɪŋ / (4 of 5 lettergrepen)
- zelf·be·per·king
- samenstelling van zelf en beperking
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfbeperking | zelfbeperkingen |
| verkleinwoord |
de zelfbeperking v
- een beperking die iemand zichzelf oplegt
- Het woord zelfbeperking staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.