proces
Uiterlijk
- pro·ces
- In de betekenis van ‘gang van zaken, rechtsgeding’ voor het eerst aangetroffen in 1265.[1]
- Middelnederlands proces m ‘beloop, relaas, rechtsgeding’, leenwoord uit Oudfrans procès ‘rechtsgeding; voortgang, verloop, gang van zaken’, ontleend aan Latijn prōcessus ‘voortgang; rechtsgeding’, gesubstantiveerd voltooid deelwoord van prōcēdere ‘voortgaan, naar voren gaan’.[2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | proces | processen |
| verkleinwoord | procesje | procesjes |
het proces o
- (juridisch) een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
- Een proces heropenen.
- ▸ De waarheidscommissie die nu was begonnen zou niet alleen onschuldige slachtoffers van de politieke processen van een kwade tijd vrijspreken. Ze zou ook schurken brandmerken en niet alleen Tsjecho-Slowaakse schurken.[3]
- de stroom van gelijksoortige gebeurtenissen of handelingen die van de ene toestand naar de andere leidt[4]
- Het verloop van het proces vertoont telkens weer grote gelijkenis.
- ▸ Hoewel ik als vader niet veel had kunnen doen, aangezien ze dit proces vooral met haar vriendinnen verwerkte, voelde ik me toch schuldig dat ik er niet voor haar was op dit indrukwekkende moment in haar jonge leven.[5]
- ▸ Koraalriffen zijn van levensbelang voor het leven in de oceanen en daardoor ook voor de mensheid. 25 procent van het zeeleven leeft in en rond koraalriffen. Ze zijn van belang voor de visserij, toerisme en bescherming van kustlijnen tegen erosie en stormen. Het is nog onduidelijk of en wanneer het huidige proces van verbleking stopt.[6]
- [1] geding, rechtsgeding, rechtszaak, zaak
- [2] ontwikkeling, ontwikkelingsgang, procedure, verloop, verwikkeling
|
|