Naar inhoud springen

mariner

Uit WikiWoordenboek
  • ma·ri·ner

mariner

  1. gebiedende wijs van marinere
enkelvoud meervoud
mariner mariners

mariner

  1. (beroep), (scheepvaart) matroos
  2. (beroep), (scheepvaart) zeeman
  1. ↑ maroner, Online Etymology Dictionary


stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mariner
marinais
mariné
eerste groep volledig

mariner

  1. (kookkunst) marineren


  • ma·ri·ner

mariner

  1. gebiedende wijs van marinere

mariner, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van marine
  • ma·ri·ner

mariner

  1. gebiedende wijs van marinere