apenbek
Uiterlijk
- apen·bek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | apenbek | apenbekken |
| verkleinwoord | apenbekje | apenbekjes |
deâapenbekâm
- persoon met een heel lelijk of grof gelaat
- Het woord 'apenbek' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.