Via Podiensis

De Via Podiensis is een van de vier grote Franse pelgrimswegen naar Santiago de Compostella. De naam is afgeleid van het latijnse podium ('platform' of 'heuveltop' van Le Puy). Bisschop Godescalc van Le Puy-en-Velay was in 951 een van de eerste niet-Spaanse pelgrims naar Santiago de Compostella. Uitgangspunt van deze route is de kathedraal Notre-Dame du Puy in Le Puy-en-Velay in de Auvergne. De weg voert via het Centraal Massief naar de abdij van Aubrac, de abdijkerk van Sainte Foy en de abdij van Figeac. Daarna volgt de weg de Lot naar Cahors, in Gascogne door Condom en Aire-sur-l'Adour. Bij de (Frans-)Baskische plaats Saint Palais voegen de Via Turonensis zich samen met de Via Lemovicensis. Drie kilometer verder - bij de stÚle van Gibraltar nabij Uhart-Mixe - voegt ook de Via Podiensis zich bij beide pelgrimsroutes; de route is dan overgegaan in de Camino Navarro. Ter hoogte van Pamplona sluit deze dan aan op de Camino Francés.
Huidige route van de Via Podiensis
[bewerken | brontekst bewerken]
In de Haute-Loire
[bewerken | brontekst bewerken]- Le Puy-en-Velay met de Kathedraal Notre-Dame du Puy en haar klooster, het HĂŽtel-Dieu Saint-Jacques, het standbeeld van Notre-Dame-de-France, de kerk van Saint-Laurent, de kerk van de Karmelieten, de kapel van de Boetelingen en het dorp Aiguilhe met de kapel van Saint-Michel d'Aiguilhe;
- Vals-prĂšs-le-Puy;
- Saint-Christophe-sur-Dolaison en de Saint-Christophe-kerk
- Bains, het gehucht Montbonnet en de Saint-Roch-kapel;
- Saint-Privat-d'Allier, de plaats Rochegude en de Saint-Jacques-kapel;
- Monistrol-d'Allier, het gehucht Escluzels en de Sainte-Madeleine-kapel;
- Saugues, de tour des Anglais, de kapittelkerk Saint-Médard en het hospice Saint-Jacques;
- Chanaleilles, het Domaine du Sauvage, het voormalige domein van de Tempeliers en de Saint-Roch-kapel .
In de LozĂšre
[bewerken | brontekst bewerken]- Saint-Alban-sur-Limagnole en zijn Romaanse kerk;
- Aumont-Aubrac, de Saint-Ătienne-kerk;
- Malbouzon, de kerk gebouwd door de monniken van Conques;
- Rieutort-d'Aubrac;
- Marchastel en de Saint-Andéol-kapel;
- Nasbinals, de Sint-Victorkerk;
In de Aveyron
[bewerken | brontekst bewerken]- Aubrac en het heerschap Aubrac;
- Saint-Chély-d'Aubrac, de romaanse kerk en de oude brug genaamd "Van de pelgrims" op de Boralde;
- Saint-CĂŽme-d'Olt, de parochiekerk gewijd aan Sint Cosmas en Sint Damien;
- Espalion, het kasteel van Calmont d'Olt, het oude paleis en de église de Perse;
- Bessuéjouls en de Saint-Pierre-kerk;
- Estaing, de kerk gewijd aan Sint Fleuret en de brug over de Lot;
- Golinhac, de kerk gewijd aan Sint Martinus;
- Espeyrac, de Sint-Pieterskerk;
- Sénergues, de Sint-Martinuskerk en het bijbehorende kasteel, gebouwd aan het einde van de veertiende eeuw;
- Conques en de abdij van Sainte-Foy;
- Noailhac, de Sint-Rochkapel;
- Decazeville, de Notre-Damekerk;
- Livinhac-le-Haut;
In de Lot
[bewerken | brontekst bewerken]- Montredon, de priorij van Saint-Michel;
- Saint-Félix, de Romaanse kerk van Sainte-Radegonde;
- Figeac, de Place des Ăcritures (een afbeelding van de steen van Rosetta ), de Saint-Sauveurkerk, de Karmelietenkerk, de Notre-Dame-du-Puykerk en het Saint-Jacques-ziekenhuis;
- Béduer en het kasteel Barasc;
Sommige wandelaars of pelgrims sluiten weer op de route aan bij Gréalou en bereiken op die manier de oevers van de Lot bij Cajarc Anderen volgen de loop van de Célé tot aan de samenvloeiing met de Lot.
- Variatie via de Lot- vallei
- Gréalou, de romaanse kerk Notre-Dame en de dolmen van Pech-Laglaire;
- Cajarc en de kapel Sainte-Marguerite;
- Varaire, de kerk en het Saint-Jacques-ziekenhuis;
- Variatie via de Célé- vallei
- Espagnac-Sainte-Eulalie en de abdij;
- Brengues en het ChĂąteau des Anglais;
- Saint-Sulpice en het zestiende eeuwse kasteel;
- Marcilhac-sur-Célé, het Maison du Roy en de bijbehorende abdij;
- Sauliac-sur-Célé, de kapel Notre-Dame du Roc-Traoucat (de doorboorde rots);
- Cabrerets, het kasteel uit XIII13e eeuw eeuw en de Pech Merle-grot;
- Saint-Cirq-Lapopie;
De twee varianten komen stroomopwaarts van Cahors weer samen.
- Cahors, de kathedraal Saint-Ătienne en de ValentrĂ©-brug;
- Labastide-Marnhac;
- Lhospitalet;
- Lascabanes, de kerk van Escayrac;
- Montcuq;
Een andere variant - met een aanzienlijke omweg naar het noorden - loopt via Rocamadour.
In de Tarn-et-Garonne
[bewerken | brontekst bewerken]- Lauzerte (een voormalige vestingstad) en de Saint-Barthélemy-kerk;
- Moissac, de abdij van Saint-Pierre en haar kloostergang;
- Auvillar, met zijn ronde markthal en de Saint-Pierre-kerk.
In de Gers
[bewerken | brontekst bewerken]- Saint-Antoine-sur-l'Arrats;
- Flamarens, het kasteel;
- Miradoux, voormalige bastide;
- Castet-Arrouy, de Sainte-Blandine-kerk;
- Lectoure, de kathedraal Saint-Gervais-Saint-Protais;
- Marsolan;
- La Romieu en de Saint-Pierre kapittelkerk;
- Castelnau-sur-l'Auvignon;
- Condom, de kathedraal van Saint-Pierre en talrijke kerken in die plaats;
- Valence-sur-BaĂŻse, alternatieve route naar de abdij van Flaran en de opmerkelijke Jacobeaanse tentoonstelling;
- Larressingle;
- Beaumont-sur-l'Osse en de pont d'Artigues;
- Flaran Abbey, buiten de gebaande paden;
- Montréal-du-Gers;
- Lauraët;
- Lagraulet-du-Gers;
- Kathedraal van Eauze en Saint-Luperc;
- Manciet;
- Nogaro, het walnotendorp;
- Barcelonne-du-Gers (aansluiting op de Adour-route);
In de Landes
[bewerken | brontekst bewerken]Na vertrek uit Aire-sur-l'Adour kunnen pelgrims lopen via:
Of via:
- Miramont-Sensacq met de Sint-Jacqueskerk van Sensacq
Beide routes komen weer samen in:
- Pimbo en de Sint-Barthelemeuskapittelkerk;
De pelgrimsweg vervolgt zich via:
- Arzacq-Arraziguet;
- Vignes;
- Louvigny;
- Larreule en de overblijfselen van de benedictijnenabdij;
- Uzan;
- Pomps en de negentiende-eeuwse kerk van Saint-Jacques-le-Majeur;
- Arthez-de-Béarn en de kapel van het voormalige Caubin-ziekenhuis;
- Sauvelade en de cisterciënzerabdij;
- Navarrenx, de vestingmuren en Saint-Germainkerk;
- Charre en kasteel Mongaston;
- Aroue, de Saint-Ătienne-kerk;
- Saint-Palais (voorheen Garris) ligt drie kilometer verder naar het westen;
- De stĂšle van Gibraltar;
- Ostabat, de Sint-Nicolaaskapel, het gehucht Harambeltz en het priorij-ziekenhuis gewijd aan Sint-Nicolaas;
- Larceveau-Arros-Cibits, het gehucht Utziat, met zijn priorij-ziekenhuis gewijd aan Sint Nicolaas;
- Saint-Jean-le-Vieux, de kerk van Sainte-Marie-Madeleine de la Recluse of van Betbéder, het gehucht Apat-Ospitale en het bijbehorende priorij-ziekenhuis;
- Saint-Jean-Pied-de-Port, de citadel, de Notre-Dame-poort, de Notre-Dame-brug, de Notre-Dame du Bout du Pont-kerk;
De volgende etappe gaat via de Roncevaux-pas naar het dorp Orreaga-Roncesvalles in Navarra ( Spanje ).
Noten
[bewerken | brontekst bewerken]Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) afgesplitst vanaf een ander artikel op de Nederlandstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.