Ugarit
| Ugarit | ||||
|---|---|---|---|---|
| Situering | ||||
| Land | ||||
| Locatie | Latakia, Fenicië | |||
| Coördinaten | 35° 36′ NB, 35° 47′ OL | |||
| ||||
Ugarit (Oegarit) of Ras Shamra is een archeologische vindplaats in West-Syrië, op enkele kilometers van de Middellandse Zeekust. Archeologische boringen hebben aangetoond dat de plaats bewoond was in het Neolithicum, omstreeks 7.000 jaar vóór onze tijdrekening. Ugarit was ca. 3000 v.Chr. waarschijnlijk een Kanaänitische[1] stad. Ze had een bloeiende zeehaven, die de verbinding met Cyprus verzekerde. Er werd handel gedreven met Egypte en Mesopotamië. Ugarit beleefde haar tweede en belangrijkste bloeiperiode tussen de 15de en de 13e eeuw v.Chr..
De stad werd na haar teloorgang in 1190 v.Chr. verlaten. Er is nog een tablet dat de zonsverduistering van 21 januari 1192 v.Chr. vermeldt, zodat de verwoesting van de stad later plaatsgevonden moet hebben.[2] Ze is in 1928 bij toeval herontdekt. Een boerin opende bij het ploegen van haar veld een graf wat leidde tot de ontdekking van de necropolis van Ugarit.
Vroege bronstijd
[bewerken | brontekst bewerken]Vanaf 3000 vóór onze tijdrekening vormde Ugarit een belangrijke schakel in de zeevaartroutes, toentertijd vooral beheerst door de zeevaarders van de Minoïsche beschaving, die de Levant met de Cycladen (onder meer Santorini), Kreta en Cyprus verbonden. Ook de handel met Egypte was belangrijk. Er werd vooral kopererts en cederhout verhandeld. De vermelding in Ebla van een plaats Ug-ga-ra-atki in een lijst van plaatsnamen van ca. 2400 v.Chr. is mogelijk de eerste verwijzing naar de stad, maar sommige geleerden betwijfelen of deze identificatie juist is.[3]
Rond 2200 v.Chr. lijkt de stad een tijdlang onbewoond te zijn, maar vanaf 2000 v.Chr. vestigden Amorieten zich er. In het tweede millennium vóór onze tijdrekening kwam Ugarit zo onder invloed van de oud-Feniciërs. Er werden kunstvoorwerpen uit deze zuidelijke culturele traditie teruggevonden.
In dezelfde periode was er evenwel ook beïnvloeding door het Oude Egypte. Van 1900-1650 v.Chr. was Ugarit een stedelijke cultuur die internationale banden onderhield met name met Egypte. Er is bijvoorbeeld een kraal gevonden met de naam van Sesostris I erop.
Ook in Mari wordt de stad vermeld en er wordt zelfs gewag gemaakt van een bezoek van de koning van Mari aan Ugarit.
Na deze eerste bloeitijd volgde een periode van neergang en onrust. Mogelijk is de stad zelf enige tijd verlaten geweest.
Late bronstijd
[bewerken | brontekst bewerken]De stad beleefde een tweede bloeitijd tussen 15de en de 12e eeuw v.Chr. In deze periode was Ugarit een stadstaat met een koning aan het hoofd. De koningslijsten zijn bewaard gebleven.
De stad ontwikkelde haar eigen spijkerschrift dat opmerkelijk genoeg een alfabet genoemd mag worden. Historische documentatie begint met Niqmaddu II. De archieven van voordien zijn mogelijk vernield.
Via de haven werd verder koper uit Cyprus ingevoerd. Uit Spanje kwamen tin en zilver. Volgens Strabo was er ook een lucratieve tinhandel met Bretagne. Tin werd samen met het Cypriotisch koper tot brons verwerkt. Ugarit had een eigen metaalverwerkende industrie.
Een andere belangrijke industriële activiteit was het winnen van purperen kleurstof uit de purperslak, naar Fenicisch voorbeeld. Ivoorsnijkunst, naar Egyptisch model, kende een hoog niveau. Op een opgegraven ivoorplaket is een afbeelding van Ishtar of Potnia gevonden. De stijl van de kunstvoorwerpen verraadde de internationale invloeden.
Ugarit had, op het gebied van landbouw, een zeer vruchtbaar achterland en kon haar landbouwproducten exporteren. Graan, wijn, olijfolie werden verhandeld.
Anderzijds bereikten eindproducten van de Myceense economie Ugarit. De Myceners - die de zeevaart van de Minoërs hadden overgenomen - verzorgden de doorvaart via Eufraat en Tigris. Er waren eveneens handelsrelaties met het Hettitisch koninkrijk in Anatolië.
Egyptische en Hettitische overheersing
[bewerken | brontekst bewerken]Rond 1500 v.Chr. veroverde