Naar inhoud springen

Fereidoen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Fereidoen
Fereidoen
Werk
Beroep dragonslayer, mythische koningBewerken op Wikidata
Functies Sjah
Familie
Familie Pishdadian dynasty
Echtgenoot Arnavāz, Shahrnāz
Vader Abtin
Moeder Faranak
Kinderen Iraj, Tur (Shahnameh), Salm
Fereidoen, geschilderd door Haji Aqa Jan – vroege 19e eeuw. Fereidoen draagt een staf met een ossenkop.

Fereidoen (Perzisch: فریدون - Fereydūn of Farīdūn; Middelperzisch: Frēdōn; Avestisch: ϑraētaona) is de naam van een mythische Perzische held, die voorkomt in de Sjahnama van de dichter Ferdowsi. Hij regeerde vijfhonderd jaar.

Volgens de Oostenrijkse linguïst Manfred Mayrhofer, betekent Fereidoens avestaanse naam Thraētaona 'met drievoudige kracht', in de combinatie van thraē 'drie' en taona 'kracht' (van tav 'het vermogen hebben' of 'kracht'). [1] Fereidoen is in andere talen als volgt bekend: Middelperzisch: Frēdōn, Nieuw Perzisch: Fereydūn/Farīdūn en het Arabisch: Afrīdūn.[2]

In het Zoroastrische heilige boek Avesta, draagt Thraetaona (Fereidoen) het epitheton "Athbiiani", 'van het huis van Athbiia', wat de naam was van zijn vader. Thraetaona's geboorteplaats was Varena, wat latere bronnen met Var associëren, een dorp in het district Larijan. Hij was zowel een krijger als heler. Om Azhi Dahaka te overwinnen, "de drie-hoofdige, drie-mondige en zes-ogige" draak van "duizend zintuigen", vraagt Thraetaona de watergodin Anahita om haar zegen. Azhi Dahaka was "de machtigste, duivelse Druj [de leugen], die demon, onheilspellend voor de wereld, de sterkste Druj, die Angra Mainyu [kwade geest] schiep tegen de materiële wereld, om de wereld van het goede principe te verwoesten." Binnen een citadel in het gebied Bawri vereerde Azhi Dahaka eveneens Anahita. Thraetaona overwint en doodt uiteindelijk Azhi Dahaka, wat in de Avesta tot zijn grootste prestatie wordt gerekend.

Al in de Avesta wordt Fereidoen bovennatuurlijke vermogens toegeschreven, waaronder het vermogen zijn eigen lichaam te transformeren als wel de verschijning van anderen. Volgens stanza's 61 en 62 van de Aban Yasht, werd Paurva, een getalenteerde stuurman die op zee de weg kwijt was en zocht naar zijn thuisland, door Fereidoen in een gier veranderd. Dit bleef hij drie dagen tot hij door Anahita naar land was teruggebracht.[2]

In de Aogǝmadaēčā wordt Fereidoen beschreven met het vermogen magische en demonische betoveringen te verbreken. Ook had hij helende vermogens, zoals het behandelen van schurft, koorts, constipatie, koude rillingen, impotentie en door draken toegebrachte wonden.[3]

In latere middelperzische teksten

[bewerken | brontekst bewerken]
Een Sassanidische amulet met daarop een held die een knots met stierenkop vasthoudt en er mee een demon onderwerpt, mogelijk bedoeld om Fereidoens gevecht met Azi Dahak (Zahhak) te verbeelden.[2]

In de Bundahishn en andere latere middelperzische teksten, is Fereidoen de zoon van Purtora de Aspiër en een nakomeling van Yima (Jamshid). Volgens dit verhaal, verslaat Fereidoen ook de draak Azi Dahak, wraak nemend voor Yima.[4] Ahura Mazda weerhoudt hem er van Azi Dahak te doden om te voorkomen dat de wereld vol raakt van "schadelijke wezens" die vanuit zijn lijk zouden verschijnen.[2][4] In plaats daarvan ketent Fereidoen Azi Dahak en zet hem gevangen in een grot in de top van de berg Damavand in Noord-Iran.[4] tot de laatste dagen van de wereld, is het Azi Dahaks lot daar te blijven tot Garshasp hem uiteindelijk doodt. Volgens Tafazzoli lijkt deze versie een late zoroastrische scholastische bewerking te zijn van de originele avestaanse mythe. Dankzij zijn overwinning wordt er in het algemeen naar hem verwezen met de epithets purr-pērōzgar (zeer zegevierend), tagīg (dapper) and zōrīg (machtig).[2]

Fereidoen regeerde 500 jaar[4], hij was de laatste koning die over een onverdeelde wereld heerste.[5] Uiteindelijk verdeelde hij de wereld onder zijn zonen: Eriz/Eraj (Iraj) ontving het belangrijkste deel, Iran; de oudste zoon Sarm/Salm (Salm) ontving het westelijke deel, Rome: Toz/Tur kreeg het oostelijke deel, Turan. Volgens de Iraans-amerikaanse historicus M. Rahim Shayegan kan deze versie van het verhaal zijn samengesteld onder het Sassanidische Rijk (224–651) als onderdeel van hun gecoördineerde poging om legendarische en epische verhalen over Iran te verzamelen.[6]

Iraj werd door zijn twee broers vermoord na een onderling geschil.[2] Ze vermoordden ook Iraj's twee zonen, maar zijn dochter overleefde omdat ze door Fereidoen verborgen was. Na haar bevalling van een dochter werd zij ook snel gedood.[4] Fereidoen brengt het meisje groot, en tien generaties later, werd prins Manushchihr (Manuchehr) als afstammeling geboren.[4] Hij doodt uiteindelijk Salm en Tur uit wraak op de moord van Iraj.[4]

Fereidoen kan zichzelf in een draak veranderen, demonen in steen veranderen[3] en hagelstenen schieten uit zijn rechter neusgat en brandende rotsen zo groot als een kamer uit zijn linker neusgat.[2] Hij had ook helende vermogens.[3]

Verhaal in Ferdowsi's Shahnameh

[bewerken | brontekst bewerken]
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Zahhak is de tirannieke koning geworden van Jeruzalem (Gang Dezh Hukht in het Pahlavi). De duivel Ahriman heeft hem op de schouders gekust en uit die schouders zijn slangen gegroeid, die gevoed moeten worden met de hersenen van mensen. Dan krijgt Zahhak een droom, waarin hem voorspeld wordt, dat hij door een man zal worden afgezet. De wijze Zirak legt uit dat dat Fereidoen zal zijn, al is hij nog niet geboren.

Fereidoen's moeder is Faranak en Abetin is zijn vader. Kiyanush en Barmayeh zijn zijn oudere broers. Abetin wordt door Zahhak vermoord en Faranak vlucht met Fereidun naar een plek, waar hij gezoogd kan worden door de wonderlijke koe Barmayeh. Elke haar van die koe heeft een andere kleur. Na drie jaar komt Faranak terug om met haar zoon verder weg te vluchten, naar het Alburz-gebergte in India. Een heilige voedt hem op. Zahhak doodt de koe Barmayeh. En Faranak vertelt haar zoon dat hij via zijn vader Abetin afstamt van Tahmures, die destijds de demonen versloeg. Fereidoen bereidt zich voor om naar Jeruzalem te trekken en er Zahhak te verslaan.

Fereidoen test zijn drie zonen in de gedaante van een draak. Shahnameh van Shah Tahmasp, toegeschreven aan Aqa Mirak, Perzië, c. 1525-35

Kaveh, de smid, is Zahhaks paleis binnengegaan, juist toen de samengekomen wijzen een document wilden tekenen, waarin staat hoe rechtvaardig Zahhak regeert. Kaveh's zonen zijn gevangen genomen om aan Zahhaks slangen te worden gevoerd en Kaveh scheurt het papier doormidden en begint buiten een opstand. Zijn smidsschort wordt op een speer gestoken en zal het Kaviani-banier blijven voor alle toekomstige Perzische koningen. Kaveh brengt de opstandelingen naar Fereidoen en zij worden de krijgers met wie hij optrekt. Onderweg leert Fereidoen de geheimen van magie van een man, die zich aan God had gewijd. Op zijn paard Golrang trekt hij de Tigris over. Hij neemt Jeruzalem de hoofdstad van het rijk in, maar Zahhak is op zijn beurt naar India gevlucht. Zijn plaatsvervanger Kondrow licht hem in over de stand van zaken nu Fereidoen er de scepter zwaait. Dan zoekt Zahhak toch de confrontatie en wordt verslagen. Zahhak wordt naar het gebergte van de Damavand gebracht en er met spijkers aan de rotsen geslagen.

Fereidoen krijgt zonen bij de zusters van Jamshid (die regeerde vóór Zahhak), die Zahhaks echtgenotes waren geweest. Bij Sharnaz krijgt hij de twee oudste zonen Salm en Tur en bij Arnavaz zijn jongste zoon Iraj. De drie zonen huwen de drie dochters van Sarv, de koning van de Yemen. Op de weg terug test Fereidoen zijn zonen in de gedaante van een draak en geeft zijn zonen en schoondochters daarna hun naam. De zonen krijgen land toebedeeld: Salm als oudste, krijgt het westen; Tur krijgt het oosten (Turan); Iraj krijgt het midden (Iran). Maar de oudste broers doden hun jongere broer uit jaloezie. Fereidoen ontvangt van hen Irajs hoofd. Een van Irajs vrouwen, Mah-Afarid, blijkt zwanger van een dochter en die wordt uitgehuwelijkt aan Pashang van de stam van Tur. Van Pashang zal Afrasyab afstammen, die in de Shahnama gedurende lange tijd de aartsrivaal is van de Perzen. Hij wordt pas door Kay Khosrow verslagen.

Een ander kind van Mah-Afarid, Irajs weduwe, is Manuchehr. Die zal de moordenaars van Iraj ombrengen en Fereidoen als koning opvolgen.[7]

  • Shahnameh, The Persian Book of Kings, Abolqasem Ferdowsi, Dick Travis, Viking, Penguin Group, New York, 2006
  • Characters of Ferdowsi's Shahnameh, heritageinstitute.com, Iraj Bashiri, zie Fereydun